Logo

Interview met Yvonne Fiolet, POH-GGZ bij Praktijksteun

Hoe e-health jongeren helpt om inzicht en grip te krijgen op hun mentale klachten

Yvonne Fiolet werkt sinds een jaar als POH-GGZ via Praktijksteun bij verschillende huisartsenpraktijken in de regio Hart van Brabant. Ze begeleidt jongeren binnen verschillende huisartsenpraktijken. In haar werk zet ze Evie in als aanvullend hulpmiddel naast haar consultgesprekken. Door oefeningen, psycho-educatie en praktische opdrachten kunnen jongeren ook thuis werken aan hun hulpvraag. Volgens haar ondersteunt het platform niet alleen de jongere, maar ook haarzelf als behandelaar bij het aanbieden van passende oefeningen en gesprekstechnieken. De programma’s helpen om onderwerpen verder uit te diepen en brengen extra verdieping aan in de behandeling. Jongeren kunnen zelf kiezen of zij gebruikmaken van Evie, al probeert Yvonne hen altijd te motiveren om het een kans te geven.

Meer dan alleen praten

Sinds haar start als POH-GGZ werkt Yvonne met Evie als onderdeel van haar begeleiding. Ze ziet e-health vooral als een hulpmiddel dat jongeren ondersteunt naast de gesprekken in de spreekkamer. “Het is fijn om jongeren iets concreets mee te kunnen geven. Dan hoeven we niet alleen maar te praten, maar kunnen ze ook zelf aan de slag.”

Vooral bij jongeren die vastlopen in piekeren of slaapproblemen ziet ze de meerwaarde van e-health. Door videofragmenten, oefeningen en psycho-educatie krijgen jongeren meer inzicht in hun klachten en leren ze hier actief mee omgaan. “Ik noem het geen huiswerk, maar een hulpmiddel. Iets wat naast onze gesprekken kan helpen.”

In haar begeleiding merkt Yvonne dat gesprekken vaak effectiever worden wanneer jongeren ook zelfstandig met een module aan de slag gaan. De combinatie van gesprekken en e-health zorgt ervoor dat jongeren tussen afspraken door kunnen oefenen met nieuwe inzichten en vaardigheden. Tijdens het volgende gesprek kan daar vervolgens op worden voortgebouwd. “Jongeren krijgen meer inzicht in hun situatie. Daardoor ontstaan vaak andere gesprekken en kunnen we meer de diepte in.”

Piekeren, slapen en negatieve gedachten

Binnen de praktijken zet Yvonne verschillende modules regelmatig in. Vooral onderwerpen die aansluiten bij de dagelijkse uitdagingen van jongeren komen vaak terug. “Modules over piekeren, negatieve gedachten, slaapproblemen en depressieve klachten gebruik ik veel. Ook ACT zet ik regelmatig in. De modules helpen jongeren om situaties beter te begrijpen en bieden handvatten om zelf actief met hun klachten aan de slag te gaan.”

Hoewel jongeren veel online zijn, merkt Yvonne dat digitale ondersteuning niet automatisch de voorkeur heeft. “Dat wisselt echt per persoon. Sommige jongeren vinden het prettig, maar anderen zien het toch als een soort huiswerk. Die willen liever gewoon met mij in gesprek.” Volgens haar blijft persoonlijk contact belangrijk, ook voor een generatie die is opgegroeid met smartphones en social media. “Ik heb juist het idee dat veel jongeren face-to-face contact blijven waarderen. Zeker als het gaat over persoonlijke onderwerpen.” Daarom ziet ze e-health vooral als aanvulling op de begeleiding en niet als vervanging.

Evie als vast onderdeel van haar werkdag

Het gebruik van e-health heeft inmiddels een vaste plek gekregen in haar dagelijkse werkzaamheden. “Net zoals ik mijn e-mails controleer, kijk ik ook even in Evie. Dat hoort er gewoon bij.” Daarnaast neemt ze regelmatig de tijd om zelf modules te bekijken en nieuwe mogelijkheden binnen het platform te ontdekken. “Je moet wel weten wat Evie allemaal aanbiedt. Daarom kijk ik ook bewust naar modules die ik nog niet ken. Zo kun je beter bepalen wat bij een jongere past.”

Voor collega’s die nog twijfelen over het gebruik van e-health heeft Yvonne een duidelijke boodschap. “Zie het niet als extra werk. Het ontlast juist. Het geeft jongeren iets om tussen de gesprekken door mee aan de slag te gaan en het ondersteunt je begeleiding.” Volgens haar zit de kracht vooral in het combineren van persoonlijk contact met digitale ondersteuning. “Je hoeft niet steeds dezelfde gesprekken te voeren. Jongeren kunnen thuis al inzichten opdoen en daar bouwen we samen weer op verder.”